College RvdM

 

De Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte (WGBH/CZ) is van toepassing op primair en voortgezet onderwijs en beroepsonderwijs. Dit betekent dat ongelijke behandeling op

grond van handicap of chronische ziekte (ook) binnen het onderwijs verboden is.

Als ouders vinden dat er sprake is van discriminatie op grond van handicap of chronische ziekte, kunnen zij het College voor de rechten van de mens[1] of een oordeel vragen (www.mensenrechten.nl). Bijvoorbeeld bij toelating, verwijdering of het (niet) realiseren van noodzakelijke aanpassingen. Hiervoor is geen advocaat nodig; ook zijn er geen kosten aan verbonden.

 

Het College kan een eerste advies geven of bemiddelen. Het oordeel van het College is echter niet bindend. Dat betekent dat de school of het samenwerkingsverband niet verplicht is om het oordeel op te volgen. In de praktijk blijkt dat gelukkig in de meeste gevallen wel te gebeuren.

 

Een procedure bij het College staat los van de andere procedures. Indien er een oordeel van het College ligt, zal evt. de rechter dat in zijn oordeel betrekken.

 

 

 

[1] Voorheen: Commissie gelijke behandeling.