ontwikkelingsperspectief

(WPO art. 40a, WEC art. 40b en art. 41a, WVO art. 26)

 

Voor elke leerling die extra ondersteuning nodig heeft, moet de school een ontwikkelingsperspectief vaststellen binnen 6 weken na inschrijving (definitieve plaatsing). Daarvoor moet zij eerst met ouders 'op overeenstemming gericht overleg' hebben gevoerd of met de leerling (vso) indien deze 'meerderjarig en handelingsbekwaam is'. Met andere woorden: voor de leerlingen met extra ondersteuning in het reguliere onderwijs en alle leerlingen in het speciaal (basis-) onderwijs moet een ontwikkelingsperspectief worden opgesteld.

Ouders hebben instemmingsrecht op het handelingsgedeelte van het ontwikkelingsperspectief (= zorg en ondersteuning).

 

Een onderdeel van het ontwikkelingsperspectief moet in elk geval 'een omschrijving van de begeleiding' zijn. En, als wordt afgeweken van 'één of meer onderdelen van het onderwijsprogramma' moet ook dat worden opgenomen.

 

'Het ontwikkelingsperspectief wordt ten minste één keer per schooljaar met de ouders (leerling, vso) geëvalueerd.'

Tussentijds bijstellen van het ontwikkelingsperspectief is alleen mogelijk nadat eerst 'op overeenstemming gericht overleg is gevoerd met de ouders, dan wel, indien de leerling [vso] meerderjarig en handelingsbekwaam is, met de leerling'.

 

Bij het opstellen en bijstellen van het ontwikkelingsperspectief in het speciaal onderwijs moet het advies van de commissie voor de begeleiding worden betrokken. Een andere taak van deze commissie is het 'tenminste één keer per jaar' evalueren van het ontwikkelingsperspectief, 'hiervan verslag doen aan het bevoegd gezag' en in voorkomende gevallen 'adviseren over terugplaatsing'.

 

'Bij algemene maatregel van bestuur worden voorschriften over de inhoud van het ontwikkelingsperspectief vastgesteld.'

 

 

> Zie voor meer informatie de Handreiking ontwikkelingsperspectief van de PO-Raad.