Werkwijze algemeen

 

De Inspectie van het Onderwijs houdt toezicht op de kwaliteit van de samenwerkingsverbanden en op hun naleving van de wettelijke voorschriften. Hoe de inspectie dat doet, is beschreven in het zgn. toezichtkader. Daarin is niet alleen vastgelegd hoe de inspectie te werk gaat, maar ook wat zij beoordeelt en wanneer er sprake is van onvoldoende kwaliteit. Het toezichtkader bestaat uit 3 onderdelen:

  1. Een risicomodel aan de hand waarvan de inspectie kan bepalen of er signalen zijn dat een samenwerkingsverband onvoldoende kwaliteit levert. Als dit het geval is, voert de inspectie een kwaliteitsonderzoek uit.
  2. Een kader voor het toezicht op de naleving van de wettelijke voorschriften van het samenwerkingsverband. Zo kan de inspectie nagaan of het samenwerkingsverband zich aan de wettelijke voorschriften houdt.
  3. Een waarderingskader voor de kwaliteit. Hierin staat op welke punten de kwaliteit van het samenwerkingsverband kan worden beoordeeld.

 

Risicomodel

 

Het toezicht van de inspectie is risicogericht, dat houdt in dat de inspectie kwaliteitsonderzoek uitvoert als uit een risicoanalyse blijkt dat er signalen of aanwijzingen zijn dat het samenwerkingsverband onvoldoende kwaliteit levert. Bij deze analyse worden 6 parameters betrokken:

  1. Thuiszitters, niet deelnemers aan onderwijs: zijn er leerlingen die niet deelnemen aan het onderwijs?
  2. Spreiding en doorstroom in het onderwijs: aan welke onderwijsinstelling volgen de leerlingen die extra ondersteuning krijgen onderwijs?
  3. (Eerder gegeven) inspectieoordelen op scholen en instellingen: wat is het aantal scholen met aangepast toezicht binnen het samenwerkingsverband en in hoeverre wijkt dit af van het landelijk gemiddelde?
  4. Signalen: zijn er signalen die wijzen op tekortkomingen in de uitvoering van passend onderwijs in een regio?
  5. Het ondersteuningsplan, de jaarverslagen en de verdeling van de ondersteuningsmiddelen: hoe zijn de schoolbesturen in het samenwerkingsverband aan elkaar verbonden? Is er sprake van een structuur waarin ze kunnen komen tot een verdeling van inzet van personele en financiële middelen op het gebied van ondersteuning?
  6. De deskundigheid op het gebied van ondersteuning door de leraar: is er in de scholen voldoende deskundigheid aanwezig en zijn de leraren voldoende vakbekwaam op het gebied van pedagogische en didactische ondersteuning van de leerling die extra ondersteuning nodig hebben?

 

Knelpunten in school of samenwerkingsverband?
Maak er melding van bij de Inspectie van het Onderwijs.

 

De Inspectie van het Onderwijs is er niet voor klachten. Toch is het belangrijk om knelpunten aan de Inspectie door te geven.

Helaas komt het voor dat ouders er met de school niet uitkomen als zich problemen voordoen, ook niet na bemiddeling . Bijvoorbeeld omdat er verschil van mening is over de ondersteuning van hun kind, of omdat de school hun kind op een andere school wil plaatsen. In dat geval is het niet alleen verstandig om een formele klacht in te dienen of mogelijk zelfs naar de rechter te stappen, maar ook belangrijk om de Inspectie te informeren over het knelpunt dat zich voordoet.

 

De inspectie heeft weliswaar geen specifieke taak bij het behandelen van uw klachten, maar wil wel graag een melding van uw klacht ontvangen om het toezicht goed te kunnen uitvoeren en te verbeteren. Uw signaal gaat naar het inspectieteam van de school. Zij lezen het, nemen het op in het dossier van de school. Ook bespreekt de inspecteur het signaal met het bestuur en betrekt het signaal zo nodig bij een volgend onderzoek.

 

Eén uitzondering

De enige soort klachten waar de Inspectie wel direct werk van maakt, zijn klachten over seksuele intimidatie of misbruik, geweld, discriminatie of radicalisering. Deze kunnen vertrouwelijk worden ingediend bij de vertrouwensinspecteur. De taak van deze inspecteur bestaat uit luisteren, informeren en zo nodig adviseren. De vertrouwensinspecteurs zijn alle werkdagen tijdens kantooruren (08.00-17.00 uur) bereikbaar op het nummer: 0900 111 3 111 (lokaal tarief).

 

Werkwijze

Het melden van een klacht kan eenvoudig via het contactformulier op de website van de Inspectie (http://bit.ly/18hUPAz) of telefonisch op nummer 088-669 60 60. Houd er wel rekening mee, dat u geen terugmelding krijgt van wat er met uw melding is gedaan.

(bron: www.bosk.nl)

 

 

 Naleving wettelijke taken

 

De inspectie maakt nadrukkelijk onderscheid tussen de verantwoordelijkheid van het schoolbestuur en die van het samenwerkingsverband, ook al zijn de verantwoordelijkheden van de school en het samenwerkingsverband nauw aan elkaar verbonden. Zo ligt de zorgplicht bij de school en is het schoolbestuur verantwoordelijk voor de kwaliteit van het onderwijs aan de leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben. Tegelijkertijd is het samenwerkingsverband verantwoordelijk voor een samenhangend geheel aan ondersteuningsvoorzieningen binnen en tussen scholen en de verdeling van de ondersteuningsmiddelen.

 

Mocht echter blijken dat een schoolbestuur of een samenwerkingsverband haar wettelijke taken niet nakomt, dan zal de inspectie ingrijpen. In het uiterste geval kan de minister de bewindsvoering van het samenwerkingsverband overnemen, bijvoorbeeld als een samenwerkingsverband zijn taken ernstig verwaarloost en hier, ondanks diverse kansen, geen verbetering in aanbrengt.

 

Waarderingskader

 

In het waarderingskader staat op welke punten de kwaliteit van het samenwerkingsverband kan worden beoordeeld. De voor ouders belangrijkste hieruit zijn:

 

  1. Resultaten

    1.1 Het samenwerkingsverband realiseert passende ondersteuningsvoorzieningen voor alle leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben.

    1.2 Het samenwerkingsverband realiseert de toewijzing van de extra ondersteuning en de plaatsing

    van de leerling tijdig en effectief.

    1.3 Het samenwerkingsverband zet zijn middelen doelmatig in.

  2. Management en organisatie

    2.4 Het samenwerkingsverband heeft eenduidige procedures en termijnen voor het plaatsen van leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben en het toewijzen van extra ondersteuning.

    2.5 Het samenwerkingsverband voert een actief voorlichtingsbeleid over taken en functies van het samenwerkingsverband (voor o.m. ouders).

    2.6 Het samenwerkingsverband heeft het interne toezicht op het bestuur georganiseerd (...) en rapporteert jaarlijks.

  3. Kwaliteitszorg

    3.1 Het samenwerkingsverband plant en normeert zijn resultaten in een vierjarencyclus (met als onderdeel het vaststellen in overleg met o.m. ouders van acceptabele normen voor die resultaten).

    3.2 Het samenwerkingsverband voert zelfevaluaties. Zo moet het zich jaarlijks 'op systematische wijze op de hoogte stellen van de ervaringen van de belanghebbenden [= o.m. ouders] met de gerealiseerde dienstverlening'.

    3.4 Het samenwerkingsverband legt jaarlijks verantwoording af van 'gerealiseerde kwaliteit' aan o.m. de ouders.

    3.6 Het samenwerkingsverband onderzoekt tenminste vierjaarlijks via een 'betrouwbare en valide (zelf)evaluatie' de tevredenheid over het samenwerkingsverband bij o.m. de ouders en evalueert zijn klachtbehandeling.

     

Toezicht in de praktijk

 

De inspectie onderscheidt drie vormen van toezicht:

  1. risicogestuurd toezicht: de jaarlijkse risicoanalyse (zie hierboven) kan aanleiding zijn tot een gesprek met een (school- of samenwerkingsverband-)bestuur, evt. tot een uitgebreid kwaliteitsonderzoek. Op basis van de risicoanalyse en evt. nader onderzoek wordt bepaald hoeveel toezicht een school krijgt: basis- of aangepast toezicht.

  2. nalevingstoezicht: jaarlijks bekijkt de inspectie of de wettelijke voorschriften worden nageleefd. Daarbij krijgen bepaalde regels permanent prioriteit en andere gedurende een bepaalde periode ('programmatisch handhaven').

  3. steekproeftoezicht: In haar jaarlijks 'Onderwijsverslag' doet de inspectie verslag van de staat van het onderwijs. Daarbij gaat zij telkens op een bepaald onderwerp uitgebreid in bijv. de kwaliteit van het taalonderwijs. Per sector wordt daarvoor een steekproef van scholen onderzocht.

Niet elke school en niet elk samenwerkingsverband wordt dus jaarlijks door de inspectie bezocht, maar wel tenminste ten minste eens in de vier jaar, ook als er geen aanwijsbare risico's zijn.

 

De animatie Onderwijstoezicht in beeld hieronderat zien hoe de Inspectie van het Onderwijs toezicht houdt in het (speciaal) basisonderwijs en het voortgezet onderwijs. Het filmpje is bedoeld voor ouders en leraren en geeft antwoord op vragen als: Wat doet de inspectie? Hoe gaat dat dan precies? En waar kijkt de inspectie naar tijdens een schoolbezoek?  

 

 

 

 (bron: http://www.youtube.com/watch?v=Phys_-AyF-U&feature=youtu.be)

 

Meer informatie

 

  • Inspectie van het onderwijs: Eén van de onderwerpen op de website van de Inspectie (www.onderwijsinspectie.nl ) is 'Passend onderwijs' met daarop o.m. het 'Toezichtkader samenwerkingsverbanden primair en voortgezet onderwijs'. Een ander, in dit verband relevant onderwerp, is 'Toezicht' > algemeen, waar uiteen wordt gezet hoe de Inspectie te werk gaat.