Goed gesprek

 

Een goed gesprek

 

Partnerschap, samenwerken – de basis hiervoor is wederzijds respect, erkenning van ieders specifieke deskundigheid en verantwoordelijkheid en openheid in het contact. Dat geldt ook als er zich knelpunten voordoen op school in de aanpak van uw kind of als het samenwerkingsverband niet functioneert zoals u het graag ziet. Het eerste wat u moet doen: ga het gesprek aan, maak het bespreekbaar met de leerkracht van uw kind of de betreffende functionaris van het samenwerkingsverband. Het helpt misschien te weten dat elke klacht voor de school of het samenwerkingsverband een gratis advies is.

In de brochure Een goed gesprek voorkomt erger worden acht punten besproken, die bijdragen aan het vroegtijdig oplossen van een probleem. Weliswaar gaat het hier specifiek om problemen op het niveau van ouder en kind, toch is hetgeen hier geschreven staat ook voor andere situaties relevant:

 

"Problemen zijn er om in een vroeg stadium herkend en onderkend te worden. Nog even de kat uit de boom kijken, draagt niet bij aan een snelle oplossing. Al te vaak krijgt het daardoor de tijd om door te woekeren, waardoor de negatieve effecten alleen maar worden versterkt. In acht stappen wordt hierna aangegeven hoe u het best kunt werken aan een vroegtijdige oplossing van problemen.

 

  1. Spreek de juiste persoon aan, het personeelslid dat het meest direct betrokken is. In de meeste gevallen is dit de leerkracht.

  2. Wacht niet te lang met het signaleren van het probleem. Hoe eerder u aan de bel trekt, hoe beter dat is. Ook als de leerkracht nog weinig weet van het probleem, is het verstandig om actie te ondernemen. Wie kennis heeft van een probleem, zal er in ieder geval over na gaan denken. Dat is het begin van een oplossing.

  3. Maak snel een afspraak. Doe dat niet al te formeel; schiet degenen met wie u wilt gaan praten bijvoorbeeld voor of na de les even aan om een afspraak te maken.

  4. Geef duidelijk aan wat het probleem is. Beperk u tot hoofdzaken, vermijd details.

  5. Voorkom machtsongelijkheid. De leerkracht met wie u praat is een deskundige op onderwijsgebied. U bent een deskundige op het gebied van het opvoeden van uw kinderen. Zo moet u die gelijkwaardigheid beleven en van daaruit het gesprek ingaan.

  6. Bedenk mogelijke oplossingen. Het probleem stellen is één; een oplossing aandragen is twee. Voorstellen voor oplossingen kunnen het gesprek in de goede richting duwen.

  7. Maak, als u er samen niet uitkomt, gebruik van een onafhankelijk persoon. Soms kunnen de emoties tijdens het gesprek hoog oplopen. Dan kan het verstandig zijn om samen af te spreken een neutraal, onafhankelijk persoon aanwezig te laten zijn bij uw gesprek.

  8. Hou bij wat is afgesproken. Een kort verslag van elk gesprek dat door beide partijen voor gezien getekend wordt, is wel zo handig. Vooral als een van beide zich naderhand iets niet meer kan herinneren."

 

 

Er is een Frans gezegde dat luidt: "C'est le ton qui fait la musique" oftewel "De toon maakt de muziek". Dat wil zeggen: zoek de juiste toon als zaken aan de orde worden gesteld. Speel het niet op de man of vrouw.