Contact achterban

 

Contact onderhouden met de achterban

 

Om als ouders in een ondersteuningsplanraad een goede overlegpartner te zijn, is het van wezenlijk belang dat zij daadwerkelijk kunnen spreken namens de ouders in het samenwerkingsverband en dus weten wat er bij hen leeft aan wensen en verwachtingen en wat hun ervaringen zijn. Contact met de achterban onderhouden is daarvoor zondermeer noodzakelijk. Hoe dat zou kunnen? – hieronder volgen wat tips.

 


Een ondersteuningsplanraad die goed draait, wie wil dat niet? Enkele adviezen om dit felbegeerde doel te bereiken.

Investeren in de achterban betekent meer dan informeren. Een ondersteuningsplanraad die draagvlak heeft, gebruikt specifieke kennis van ouders en neemt hun wensen dan wel klachten serieus: onderzoek wat de ander precies bedoelt en om welke motieven en argumenten het gaat. Maar vermijd het om een klachtenbureau te worden of als doorgeefluik op te treden. Een actieve ondersteuningsplanraad heeft een goede antenne voor wat er leeft in haar regio, maar houdt de eigen verantwoordelijkheid.

 

Leden van de ondersteuningsplanraad zijn ouders, personeelsleden en in het voortgezet onderwijs ook leerlingen die zich betrokken voelen bij het samenwerkingsverband. Ze willen actief meedenken over het beleid en kijken verder dan het eigen belang of het belang van hun eigen kind. Met hun verkiezing tot ondersteuningsplanraad-lid hebben ze het vertrouwen van de andere ouders, personeelsleden of leerlingen gekregen. Die uitverkiezing brengt verplichtingen met zich mee. De achterbannen mogen verwachten dat de ondersteuningsplanraad-leden hun taken gemotiveerd uitvoeren en zich collegiaal gedragen tegenover hun collega's in de raad. Het serieus voorbereiden en bezoeken van vergaderingen, luisteren naar de mening van anderen, discussiëren op basis van argumenten en openstaan voor communicatie met de achterban horen daar zeker bij.

(vrij naar: Medezeggenschap van klasse; een uitgave van projectgroep WMS; Utrecht, november 2008)

 

  • De Inspectie van het Onderwijs houdt toezicht op de kwaliteit van de samenwerkingsverbanden en op hun naleving van de wettelijke voorschriften. Hoe de inspectie dat doet, is beschreven in het zgn. toezichtkader. In een onderdeel daarvan, het waarderingskader, staat op welke punten de kwaliteit van het samenwerkingsverband kan worden beoordeeld. Enkele van deze punten bieden ouders in de ondersteuningsplanraad een mooie aanleiding om te weten wat er in hun achterban leeft, m.n. de kwaliteitscriteria:

    • 2.6 Het samenwerkingsverband heeft het interne toezicht op het bestuur georganiseerd (...) en rapporteert jaarlijks.
    • 3.2 Het samenwerkingsverband voert zelfevaluaties. Zo moet het zich jaarlijks 'op systematische wijze op de hoogte stellen van de ervaringen van de belanghebbenden [= o.m. ouders] met de gerealiseerde dienstverlening'.
    • 3.4 Het samenwerkingsverband legt jaarlijks verantwoording af van 'gerealiseerde kwaliteit' aan o.m. de ouders.
    • 3.6 Het samenwerkingsverband onderzoekt tenminste vierjaarlijks via een 'betrouwbare en valide (zelf)evaluatie' de tevredenheid over het samenwerkingsverband bij o.m. de ouders en evalueert zijn klachtbehandeling.

  • Hóe de jaarlijkse zelfevaluatie en het (tenminste) vierjaarlijkse tevredenheidsonderzoek wordt uitgevoerd is natuurlijk belangrijk: worden de juiste vragen op de juiste manier gesteld? Zorg daarom dat u in een vroeg stadium betrokken wordt bij het ontwerp en de evaluatie en het onderzoek.

  • Wees kritisch bij het trekken van conclusies uit zelfevaluatie en onderzoek, voordat er verder mee aan de slag wordt gegaan. Een mogelijkheid is om (voorlopige) conclusies voor te leggen aan een kleine groep van ouders die aan het onderzoek hebben deelgenomen: 'Herkent u zich in deze conclusies?'

    > Een handreiking waarmee een ouderpanel met succes kan worden ingezet, is te downloaden vanaf www.oudersbijdeles.nl/

     

    > Zie verder pagina's wet- en regelgeving: Samenwerkingsverband en ondersteuningsplan en Inspectie van het onderwijs.

     

  • Raadpleeg ouders, leerlingen en scholen om informatie over knelpunten en over problemen in de ondersteuning als gevolg van specifieke handicaps. Het is dus zaak om hen regelmatig te raadplegen, bijvoorbeeld een keer per jaar. Hiervoor zijn verschillende methodes denkbaar:
    • Stel een eenvoudige vragenlijst op en verspreid die onder deze groepen. Houd er rekening mee, dat leerlingen naar allerlei scholen gaan. Stel concrete vragen en vergeet niet na afloop de respondenten van het resultaat én de vervolgstappen op de hoogte te stellen.
    • Houd een online onderzoekje; dat kan heel eenvoudig zowel wat betreft opstellen als het analyseren van de resultaten. Er zijn diverse (gratis) mogelijkheden op internet te vinden, bijvoorbeeld: www.enquetemaken.be of www.surveymonkey.nl
    • Voor zowel een vragenlijst als een online onderzoek geldt: stel concrete vragen en vergeet niet na afloop de respondenten van het resultaat én de vervolgstappen op de hoogte te stellen. Dat kan heel eenvoudig per mail, maar dan is het wel noodzakelijk dat u hen daarvoor om het mailadres vraagt; neem dat op in de vragen die u stelt.
    • Woon ouderavonden bij en vraag naar de ervaringen van ouders. Overleg dit tevoren met de organisatie, zodat er ook ruimte is voor het onderwerp (workshop, 'spreekuur').
    • Spreek met zoveel mogelijk ouders, bijvoorbeeld bij school.
    • Onderhoud contacten met de scholen. Wijs bijvoorbeeld per school een vaste contactpersoon aan.
    • Organiseer op een ruim van tevoren breed bekendgemaakte dag (datum, tijd, plaats), bijvoorbeeld één keer per halfjaar, een inloop bijeenkomst waar ouders met u in gesprek kunnen.
    • Organiseer, bijvoorbeeld een keer per jaar, een informatieavond over passend onderwijs en over hoe de ondersteuning binnen de scholen vorm krijgt.

      > U kunt hiervoor gebruik maken van het draaiboek voor een ouderbijeenkomst, dat in het kader van het project is ontwikkeld.

    • Informeer ouders en scholen over de mogelijkheid hoe u telefonisch, schriftelijk of via mail op de hoogte gesteld kan worden van hun ervaringen. Vermeld deze mogelijkheden bijvoorbeeld op de website van het samenwerkingsverband, in de schoolgids van de scholen of in een informatiefolder die alle ouders krijgen.

  • Informatie kan ook worden verkregen door contact te onderhouden met oudergroepen en andere organisaties, zoals:
    • regionale ouderinitiatieven; kijk op www.netwerkouderinitiatieven.nl of er in uw samenwerkingsverband een (of meerdere) ouderinitiatief bestaat;
    • informele oudergroepen (of individuele ouders) die u mogelijk via deze website van het project op het spoor kunt komen;
    • landelijke organisaties van ouders van kinderen die op ondersteuning zijn aangewezen1;
    • de MEE-organisaties binnen uw samenwerkingsverband.

  • Ga op bezoek bij de diverse speciale scholen. Zo krijgen alle leden van de raad een goed beeld van de diverse soorten handicaps en wat deze van het onderwijs vragen. Dat zal zeker het geval zijn, als tijdens dat bezoek een gesprek met ouders van de betreffende school wordt ingepland.

  • Wissel ervaringen uit met raden uit andere samenwerkingsverbanden. Congressen en studiedagen zijn hiervoor ideale gelegenheden.

  • Stel een klankbordgroep in van ouders van kinderen die wel én die niet op ondersteuning zijn aangewezen. Dat kan een min of meer structurele groep zijn, of een eenmalige groep; tot stand gekomen via een openbare oproep of via een persoonlijke uitnodiging, ad-random.

  • Zorg dat de ondersteuningsplanraad een eigen pagina heeft op de website van het samenwerkingsverband voor:
    • informatie over het werk van de raad,
    • de contactmogelijkheden,
    • de bijeenkomsten welke door de raad worden georganiseerd of waar (leden van) de raad aangesproken kunnen worden,
    • een forum of groep waarbinnen informatie kan worden uitgewisseld.

  • Weliswaar nog in de kinderschoenen, maar in toenemende mate ingezet als middel tot participatie is eParticipatie: via een internet platform meedenken en meepraten. Voor het versterken van de band met de achterban kan eParticipatie in combinatie met 'offline' participatie effectief zijn. Een bijeenkomst in een dorpshuis én een internet platform. Een avond op een school én een online panel.

  • Benut in specifieke gevallen de interactieve mogelijkheden van de projectwebsite.

 


 

> Zie verder pagina communicatie en PR: 'Inzetten sociale media'.

 

 

 

Klik op de afbeelding voor 2.3.  Infoblad tips; voor ouders in opr (pdf)