Artikel 1

 

XXX roept op tot partnerschap met besturen van samenwerkingsverbanden

Passend onderwijs te belangrijk om alleen aan de regionale beleidsmakers over te laten

 

door: Bert Beuving, projectleider BOSK

 

Bij Passend Onderwijs is de ondersteuning op school volledig een zaak van het samenwerkingsverband. Bij het regelen van die ondersteuning willen ouders betrokken zijn. XXX roept ouders in haar achterban op om in hun regio actief mee te denken.

 

 

Van Den Haag naar de regio

Het geld voor extra ondersteuning van kinderen in de vorm van een rugzakje of van meerkosten voor speciaal onderwijs, gaat rechtstreeks naar de school. Zo is dat tot nu toe geregeld. Met de invoering van de Wet passend onderwijs per 1 augustus 2014 is dat niet langer meer het geval. Vanaf dat moment gaat al het geld voor extra ondersteuning naar het samenwerkingsverband.[1] Ook de verantwoordelijkheid voor de wijze waarop dat geld wordt ingezet, komt dan volledig te liggen bij het samenwerkingsverband. Elke school in ons land, ook de speciale school, maakt dan deel uit van zo'n verband. Voor het primair en het voortgezet onderwijs zijn er aparte samenwerkingsverbanden.[2]

 

Gevolgen voor ouders

Extra ondersteuning wordt dus een zaak van het samenwerkingsverband. De wijze waarop die ondersteuning wordt geboden, de intensiteit en de duur daarvan, de manier waarop ouders erbij worden betrokken en er over worden geïnformeerd – het zijn allemaal zaken waar het samenwerkingsverband over beslist. Deze veranderingen kunnen voor ouders en kind zeer ingrijpend zijn. Daarom hebben een aantal organisaties van ouders van kinderen die op extra ondersteuning zijn aangewezen, deze uitgebreid beschreven in Passend onderwijs. Informatiegids voor ouders. Deze gids is gratis voor iedereen te downloaden. [link opnemen]

 

Medezeggenschap van ouders

Ook op het gebied van de medezeggenschap van ouders gaat per 1 augustus veel veranderen. De besturen van samenwerkingsverbanden vervullen daarin een belangrijke rol. Zij maken immers het beleid voor hoe de extra ondersteuning in hun regio wordt geregeld en leggen dat vast in het zgn. ondersteuningsplan (zie kader). Voor ouders van kinderen die ondersteuning nodig hebben, is m.n. het ondersteuningsplan een belangrijk document; elke ouder zou daarvan tenminste op de hoogte moeten zijn. Echter, XXX en haar collega-organisaties zijn van mening dat meer nodig is: ouders zouden nadrukkelijk moeten kunnen meedenken en meepraten bij de totstandkoming van het ondersteuningsplan. Formeel is deze medezeggenschap geregeld door de instelling van een medezeggenschapsraad op het niveau van het samenwerkingsverband, de ondersteuningsplanraad (afgekort: OPR). Bij het vaststellen van het ondersteuningsplan heeft deze raad instemmingsrecht.

 

Ondersteuningsplanraad: stel u kandidaat

Ouders maken officieel deel uit van de ondersteuningsplanraad, naast medewerkers en leerlingen (in geval van voortgezet onderwijs). Belangrijk is natuurlijk dat er ervaringsdeskundige ouders in deze raad zitten. XXX roept daarom ouders uit haar achterban op om zich kandidaat te stellen. Hoe u dat kunt doen? Informeer bij de school van uw kind. Laat u zich vooral niet afschrikken; u hoeft er zeker niet alleen voor te staan. U kunt zich gesteund weten door veel ouders [en door uw eigen landelijke en regionale ouderorganisatie]. Deze steun-in-de-rug krijgt u zeker als u en uw collega-raadsleden regelmatig het gesprek aangaan met de ouders in uw regio, bijvoorbeeld via de regionale ouderinitiatieven.

 

Informele medezeggenschap: laat van u horen

Ook roept XXX u op om toch vooral, gevraagd maar zeker ook ongevraagd, inbreng te leveren. U kunt dat bijvoorbeeld doen door de ouders in de OPR uw ervaringen te mailen of door samen met een paar andere ouders een brief naar het bestuur van het samenwerkingsverband te sturen[3]. U hebt immers de kennis en de ervaring waar het bestuur van het samenwerkingsverband haar voordeel mee kan doen, ook straks na 1 augustus. Een begin is al gemaakt: binnen alle samenwerkingsverbanden is een brochure verspreid met een aantal adviezen en tips van ouders.[4]

 

[kader Ondersteuningplan

Het plan beschrijft de afspraken over hoe de scholen in hun samenwerkingsverband zo goed mogelijk passend onderwijs realiseren voor hun leerlingen, zodat elke school aan de zorgplicht kan voldoen. Zo wordt de manier vastgelegd waarop ouders worden geïnformeerd en hoe het geld voor de extra ondersteuning wordt ingezet: voor welke leerling, hoeveel, hoe lang en waarvoor. Eveneens wordt vastgelegd welke voorzieningen voor ondersteuning elke school binnen het verband tenminste biedt (basisondersteuning). Ook de criteria voor toelating tot speciaal onderwijs en voor terugplaatsing worden in het plan vastgelegd. Als basis voor dit plan wordt uitgegaan van wat elke school binnen aan ondersteuning te bieden heeft, het schoolondersteuningsprofiel[5].
Tenminste elke vier jaar moet het ondersteuningsplan opnieuw worden vastgesteld.]

 

[samenvatting, intro en/of inleiding voor website]

Over minder dan een jaar is passend onderwijs een feit en komt er een eind aan de bestaande indicatieregelingen, de rugzak en het handelingsplan. Ook de rechtstreekse financiering van het speciale onderwijs komt te vervallen. De zeggenschap over de financiering en de inrichting van de extra ondersteuning op de scholen voor basis-, voortgezet en speciaal onderwijs gaat volledig naar de besturen van samenwerkingsverbanden.[6] Voor met name ouders van kinderen die aangewezen zijn op die extra ondersteuning, is het erg belangrijk hoe dat gebeurt. Zij willen daarbij worden betrokken en dus gaan zij voor partnerschap met het samenwerkingsverband-bestuur. XXX roept ouders in haar achterban op om actief dat partnerschap aan te gaan. > lees meer [link naar een plaats met bovenstaande tekst, bijv. in de vorm van een pdf-bestand]

 

 

 

[1] Onderwijsinstellingen voor kinderen met een visuele, auditieve en/of communicatieve beperking blijven landelijk georganiseerd. Zij behouden hun rechtstreekse bekostiging en doen niet mee met de regionale indeling van scholen in samenwerkingsverbanden.

[2] Voor het Middelbaar Beroeps Onderwijs (MBO) geldt een eigen regeling: in de vergoeding die elke mbo-instelling vanuit de overheid ontvangt, zit een bedrag voor leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben. De instelling mag dat ondersteuningsgeld zelf inzetten en hoeft daarom geen deel uit te maken van een samenwerkingsverband. De deelnemersraad heeft adviesrecht als het gaat om 'voorzieningen voor deelnemers binnen de instelling'.

[3] Er wordt door de BOSK in overleg met enkele collega-organisaties gewerkt aan hulpmiddelen voor ouders die via informele weg, dus zonder zitting te hebben in de OPR, een bijdrage willen leveren aan de realisatie van goed passend onderwijs.

[4] De brochure Passend onderwijs voor alle kinderen. Kies voor partnerschap met ouders  is gratis te downloaden vanaf www.bosk.nl >thema's  >onderwijs >passendonderwijs.

[5] Het schoolondersteuningsprofiel moet door elke school ten minste een keer per vier jaar worden  vastgesteld na advies van haar medezeggenschapsraad. Ouders maken deel uit van de medezeggenschapsraad en hebben via dit kanaal invloed op hetgeen in het profiel wordt beschreven.

[6] Onderwijsinstellingen voor kinderen met een visuele, auditieve en/of communicatieve beperking blijven landelijk georganiseerd. Zij behouden hun rechtstreekse bekostiging en doen niet mee met de regionale indeling van scholen in samenwerkingsverbanden.

 

Download: